27 oktober 2016

Financiering van de zorg op de lange termijn

CPB: Let op verdeling zorgkosten lange termijn

Persbericht
De zorgkosten nemen de komende jaren naar verwachting verder toe. Wanneer een verdere groei van de zorg op dezelfde manier als nu wordt betaald, dan komen de kosten voor een relatief groot deel bij jongeren en hoge inkomens terecht, terwijl zij de minste zorg nodig hebben. De financiering van de zorgkosten heeft een sterk herverdelend effect.

Dit maakt het Centraal Planbureau (CPB) duidelijk in het vandaag verschenen onderzoek ‘Financiering van de zorg op de langere termijn’. Het CPB wil met deze studie het bewustzijn over de verdeling van de zorgkosten vergroten zodat de gevolgen van keuzes voor de financiering van de zorg op de lange termijn duidelijk zijn.

Er zijn verschillende alternatieven om  de groei van de zorgkosten in de toekomst te betalen. Er kan worden gekeken naar de verdeling van de kosten tussen gezonde en zieke mensen, jong en oud en arm en rijk. Voorbeelden hiervan zijn het verlagen of juist het verhogen van het eigen risico. Ook kan worden gedacht aan een leeftijdsafhankelijke financiering. Bij een verlaging van het eigen risico betalen jongeren en mensen met een hoger inkomen relatief meer aan extra zorg. Dit komt doordat zij weinig zorg gebruiken en de (inkomensafhankelijke) zorgpremie omhoog zal gaan. Bij een leeftijdsafhankelijke financiering, dragen ouderen, met name die met hoge inkomens, in de toekomst relatief meer bij.  Ook als zij meer bijdragen aan de zorg zijn ouderen en huishoudens met een laag inkomen over het algemeen beter af dan zij nu zijn. De reden hiervoor is dat zij veel meer gebruik maken van de zorg en er dus ook meer van profiteren. Daarbij zijn compenserende maatregelen voor kwetsbare groepen denkbaar via bijvoorbeeld de zorgtoeslag.

Een argument voor het hanteren van een eigen risico is dat het mensen prikkelt het nut van de zorg kritisch te bekijken. Dit moet worden afgewogen tegen de bescherming tegen onverwachte kosten en de toegankelijkheid van zorg. De verhoging van de zorgkosten voor bepaalde groepen kan in fases worden ingevoerd. Herverdeling van de zorgkosten kan verder ook via aanpassingen in de inkomstenbelasting of het al dan niet fiscaliseren van de AOW.

Op lange termijn zijn de overheidsfinanciën houdbaar als de zorguitgaven even hard stijgen als het bbp, gecorrigeerd voor demografische effecten. Dit betekent dat toekomstige generaties dezelfde welvaartsvaste voorzieningen (waaronder zorg) van de overheid kunnen ontvangen als de huidige, zonder dat daarvoor in de toekomst extra lastenverhogingen nodig zijn. In de afgelopen decennia stegen de zorguitgaven echter harder. Er zijn aanwijzingen dat deze trend doorzet. Stijgende zorguitgaven worden daarom gezien als een risico voor de overheidsfinanciën op langere termijn. Er was tot nu toe wel inzicht in het tekort dat door de  extra zorguitgaven ontstaat, maar niet in de verdelingseffecten die met het financieren daarvan gepaard gaan.

Lees ook het bijbehorende CPB Achtergronddocument.

Mogelijke vragen en antwoorden

Waarom komt het CPB nu met dit onderzoek?
De verdere groei van de zorguitgaven is een van de belangrijke risico’s voor de overheidsfinanciën. Een ambtelijke studiegroep (de Studiegroep Begrotingsruimte) noemde een extra stijging van de zorguitgaven eerder dit jaar als punt van waakzaamheid. Bij een hogere jaarlijkse groei van de zorguitgaven van één procent tot 2060 verslechtert het houdbaarheidssaldo van de overheid met 5,6 procent van het bbp. Dit was de aanleiding voor het CPB om te onderzoeken hoe zo’n extra stijging van de zorgkosten op de lange termijn betaald zou kunnen worden en wat de herverdelingseffecten daarvan zouden zijn.

De politieke partijen maken nu keuzes voor het betalen van de zorgkosten voor de komende vier jaar. Keuzes nu hebben gevolgen voor de langere termijn. Het CPB maakt in dit onderzoek duidelijk wat die gevolgen zijn. Eerder heeft het CPB (samen met VWS en Financiën) 'Zorgkeuzes in Kaart' opgeleverd.

Waarom heeft het CPB het afschaffen van het eigen risico niet meegenomen in het onderzoek?
Dit onderzoek richt zich op de financiering van het tekort dat ontstaat door extra zorguitgaven in de toekomst. Een verandering in de financiering van de huidige zorguitgaven valt buiten het bereik van dit onderzoek.

Het effect van het afschaffen van het eigen risico is dat jongeren en mensen met een hoger inkomen relatief nog meer aan extra zorg zullen gaan betalen.

Stel dat partijen ervoor kiezen om ouderen en mensen met een laag inkomen meer voor de zorg te laten betalen, gaan zij dan minder zorg gebruiken?
Bij een hoger eigen risico bestaat de kans dat mensen minder zorg gaan gebruiken. Voor een deel kan dit gewenst zijn, maar voor een deel ook niet (zorgmijding).  Bij de invoering van een leetfijdsafhankelijke premie daalt het gebruik niet. Dit komt doordat, in tegenstelling tot het eigen risico, de premie niet afhangt van het zorggebruik.

Lees ook het bijbehorende achtergronddocument met een beschrijving van de analyses.

Als de zorguitgaven in de toekomst net zo hard groeien als in het verleden dan gaan in 2040 de 70-plussers met een laag inkomen, de baten van de zorg meegerekend, er 21% van hun inkomen op vooruit, terwijl 70-minners in 2040 met een hoog inkomen er 3% van hun inkomen op achteruitgaan. Of dat wenselijk is, is een politieke vraag.

Andere vormen van financiering leiden tot andere verdelingseffecten. Bij een financiering van extra zorg door middel van een hoger eigen risico neemt de herverdeling van jong naar oud en van hoge naar lage inkomens af. Bij een lager eigen risico neemt de herverdeling juist verder toe. Leeftijdsafhankelijke financiering van extra zorggroei, waarbij niet-gepensioneerden lagere zorgpremies betalen, vermindert de herverdeling van jong naar oud.

Zelfs bij een verdere verhoging van het eigen risico of leeftijdsafhankelijke financiering zijn de toekomstige ouderen en arme huishoudens meestal beter af dan de huidige generaties ouderen en arme huishoudens. De lasten voor deze groepen stijgen weliswaar, maar zij hebben ook de meeste baat bij het hogere zorggebruik.

Het eigen risico legt een deel van de kosten direct neer bij gebruikers van zorg, wat verspilling voorkomt. Dit deel van de zorgkosten wordt dan niet gefinancierd uit de premie. Omdat rijkere huishoudens meer premie betalen, minder zorgtoeslag ontvangen en bovendien minder zorg gebruiken dan armere huishoudens, versterkt een lager eigen risico de herverdeling van hoge naar lage inkomens. Andersom leidt een verhoging van het eigen risico tot minder herverdeling van rijk naar arm. Deze herverdeling dient te worden afgewogen tegen de doelmatigheidswinst van het eigen risico. Voorts zijn bij een aanpassing van het eigen risico ook de bescherming tegen onverwachte kosten, de solidariteit tussen gezonden en zieken en de toegankelijkheid van de zorg van belang.

Door niet-gepensioneerden minder te laten bijdragen, vermindert de herverdeling van jong naar oud. Het effect van extra zorggroei op de herverdeling tussen verschillende generaties neemt daardoor af. De lastendruk voor de toekomstige ouderen stijgt dan wel.

De herverdelende effecten van extra zorgkosten kunnen ook worden geadresseerd via beleidsopties buiten de zorg, zoals aanpassingen in de inkomstenbelasting of het al dan niet fiscaliseren van de AOW. Binnen de zorg zijn aanpassingen mogelijk via veranderingen in de nominale premie, het eigen risico en de zorgtoeslag.

Auteurs

Bram Wouterse
Harry ter Rele
Daniel van Vuuren

Lees meer over